Esther Hoorn

om kennis te delen over open content en rechten

woensdag
05/08
by Esther Hoorn
12:08 pm

Europese Commissie organiseert hoorzitting over de Google Books Settlement


Vanuit Duitsland is bij de EU bezwaar gemaakt tegen de Google Book Settlement. Scannen zonder vooraf toestemming te vragen past niet in het Continentaal Europese auteursrecht, zo wordt terecht betoogd. Duitsland vreest dat de Settlement andere digitaliseringsinitiatieven, zoals Europeana, buiten spel zet. Er komt nu op 7 september een hoorzitting op basis waarvan de Europese Commissie een inschatting wil maken van de gevolgen van de Settlement voor uitgevers en auteurs in Europa. Maar ook het belang van de Europese consument en andere publieke belangen zullen aan de orde komen.

 

De Settlement is complex. Amerikaanse uitgevers en rechthebbenden hebben met Google om tafel gezeten. Bibliothecarissen en andere digitaliseringsinitiatieven hebben zich gemengd in het debat in de V.S om te lobbyen voor publieke belangen, zoals de privacy van de lezer. Er is voorgesteld dat er ook een bibliotheekvertegenwoordiger komt in de organisatie van het Book Register, dat alle transakties rond Google Books gaat administreren.

 

Google heeft niet gewacht op wetgeving of beleid. In samenwerking met bibliotheken en uitgevers is er een belangrijk corpus (wetenschappelijke) werken gedigitaliseerd. Voor een deel zijn dit verweesde werken. Boeken, waarvan niet kan worden vastgesteld wie de rechthebbenden nu zouden zijn, terwijl ze nog niet in het publieke domein gevallen zijn.

Door de Settlement is Google als enige verlost van de risico’s, die het scannen van verweesde werken met zich meebrengt. James Grimmelman, die uitgangspunten en aanbevelingen over de Google Books Settlement op een rijtje zette, formuleert het zo:

 

“All those pesky claims from authors who couldn’t be found go away. No one else can rely on the settlement to do that work for them.”

 

De Settlement is complex. Maar de kern is eenvoudig. Google gaat geld verdienen met verkoop van ebooks, licenties voor instellingen en bibliotheken en reclames, die aansluiten op de geraadpleegde tekst. Van die inkomsten gaat 2/3 naar uitgevers en rechthebbenden. Het Book Register legt de informatie, die nodig is voor deze verdeling vast.  

 

De Europese Commissie nodigt nu voor de hoorzitting alle belanghebbenden uit, die gereageerd hebben op het Groenboek Auteursrecht in de kennissamenleving. SURF bepleitte toen de stimulering van licenties, die wetenschappelijke auteurs de mogelijkheid bieden om hun werk Open Access op internet beschikbaar te maken. Welke werking kan er op dit punt van de discussie over de Settlement uitgaan?


Voor wetenschappelijke uitgevers is het natuurlijk aantrekkelijker om samen te werken met Google Books, dan mee te werken aan Open Access alternatieven. Uiteindelijk zullen de bibliotheken wel een licentie moeten aanschaffen bij Google om de gedigitaliseerde boeken op campus digitaal te kunnen aanbieden. Uitgevers bepalen welk deel van de gescande boeken vrij toegankelijk zal zijn. Voor wetenschappelijke auteurs is het veelal onduidelijk welke andere opties ze hebben. Daarmee kan het business model van Google een belemmering vormen voor Open Access business-modellen.

 

Kan het Book Right Registry ook ingezet worden om informatie op te slaan om rechten over hergebruik aan eindgebruikers te geven en publicaties vrij beschikbaar te maken? Grimmelman verdedigt dat de databases met metadata van het Register publieke goederen zijn, die zonder gebruiksbeperkingen beschikbaar zouden moeten zijn (Principle 4). Ook in het belang van andere initiatieven, zoals Wikipedia, die zich in zetten voor rechtenvrije informatie op Internet, zou ik willen dat de Europese Commissie haar invloed inzet om dit te waarborgen.


 

 

dinsdag
09/09
by Esther Hoorn
3:09 pm

Eindgebruikers-auteursrecht in vier regels

Voor de opkomst van internet was het auteursrecht een zaak van schrijvers, kunstenaars en uitgevers. Wat is nu nuttige basiskennis voor iemand die wil meepraten over het auteursrecht vanuit het perspectief van de eindgebruiker op internet? Er zijn vier dingen, die iedereen over het auteursrecht zou moeten weten.

Regel één: Niet op alles zit auteursrecht. Gedachten zijn vrij. En op feiten zit geen auteursrecht. Uitgangspunt is dat werken met een oorspronkelijk karakter beschermd worden, die het persoonlijk stempel van de maker dragen. Het feit dat Wikipedia een rechtenvrije encyclopedie van de grond krijgt, lijkt op iets anders te wijzen, maar aan het auteursrecht ligt de gedachte ten grondslag dat het nodig is om mensen, die scheppend werk doen, een exploitatiemogelijkheid in het vooruitzicht te stellen. Al rekt de rechter dit werkbegrip de laatste tijd op tot geuren en mondeling verhalen van getuigen, in principe rust het auteursrecht alleen op een creatief werk. Dus als een museum geld vraagt voor het beschikbaar maken van een reproductie van een tweedimensionale afbeelding waarop geen auteursrecht meer zit, dan berust dat niet op het auteursrecht.1

Dan komen we van zelf bij regel twee: De maker mag beslissen over verveelvoudiging en openbaarmaking. Dat geeft hem een onderhandelingspositie. Zo kan hij geld vragen, maar hij kan ook over andere punten afspraken maken. Hij kan ook nagenoeg afstand doen van zijn recht. Het is al tijden mijn droom om ter stimulering van Open Content samen met een programma als Andere Tijden een grote vrijwillige wegwuif-aktie op touw te zetten. In hoofdzaak is het belangrijk om te begrijpen dat het wel de wet is, die die macht aan de maker geeft, maar dat de maker vervolgens zelf in onderhandelingen met uitgevers of met eindgebruikers voorwaarden aan de verspreiding kan stellen. Wetenschappelijke bibliotheken proberen nu bijvoorbeeld om wetenschappers te overtuigen dat zij er voor de verspreiding van hun werk goed aan doen om bij het tekenen van het contract met een uitgever zelf het recht te houden om hun publicatie op internet beschikbaar te maken. Dat past prima in het auteursrecht.

Regel drie stemt al wat treurig. Er zijn in de auteurswet beperkingen ingebouwd op het exclusieve recht van de maker, deels uit praktisch oogpunt, deels om publieke belangen veilig te stellen. Maar die beperkingen gaan, met uitzondering van het beperkte citeerrecht, nooit zover dat een ander dan de rechthebbende op basis daarvan zonder toestemming of vergoeding materiaal vrij beschikbaar mag maken op internet. Publiek toegankelijke musea en bibliotheken en archieven zonder commerciële doelstelling mogen bijvoorbeeld een digitale kopie maken van een werk uit hun collectie om het te behoeden voor verval, maar ze mogen die kopie dan niet op internet openbaar maken.

Maar bij regel vier zit echt het probleem: Het auteursrecht wordt verkregen door de enkele schepping. Op grond van internationale verdragen is er geen vormvereiste voor het ontstaan van het auteursrecht op een werk. Voor de opkomst van internet werd terecht gedacht dat vele verschillende formaliteiten internationale bescherming van het auteursrecht onmogelijk zou maken. Maar het hele internet drijft op vindbaarheid. Digitaliseringsprojecten lopen er tegenaan dat van zoveel werken niet te achterhalen is wie de rechthebbende is en of er nog auteursrecht op rust op iets wat ze willen digitaliseren. Er gaan daarom steeds meer stemmen op om toe te werken naar meer kenbaarheid. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door eerst te beginnen met een algemeen geldende kortere looptijd en verlenging daarvan afhankelijk te maken van een vorm van registratie.

We zien nu al dat bijvoorbeeld audio-visuele archieven direct van de omroepen vragen dat zij metadata over de auteursrechten toevoegen aan het materiaal. Hierbij is er wel een risico dat deze vorm van registratie leidt tot een versterking van de belangen van rechthebbenden. Op basis van regel twee kan de maker ook in het contract over de verspreiding van zijn werk bedingen dat het kenbaar is wie de rechthebbende is. Het experiment met de Creative Commons licenties is ook daarop gericht.

 

1Beunen, A, Musea als makelaars in beeldmateriaal, Maandblad voor Vermogensrecht juli-augustus 2008, nr. 7-8 p. 163/167.

zondag
31/08
by Esther Hoorn
5:08 pm

Twee miljoen plaatjes voor Wikipedia?

In de NRC liet de woordvoerder van Europeana deze week weten dat Europeana graag zou willen samenwerken met Wikipedia. Het doel van Europeana is om twee miljoen ‘culturele objecten’ van bibliotheken en musea uit heel Europa gedigitaliseerd en via internet voor iedereen toegankelijk te maken. Natuurlijk is het een gouden kans om via hergebruik van beeldmateriaal in Wikipedia Europese burgers zelf een rol te geven bij de verdere verspreiding van digitaal cultureel erfgoed. Lemma’s zouden verrijkt kunnen worden met de ‘authentieke’ collectie foto’s. 1

Prachtig, denk ik dan, maar dan moet het voor Wikipedia wel duidelijk zijn dat de plaatjes rechtenvrij zijn. Want Wikipedia is niet zomaar een encyclopedie, het is een rechtenvrije encyclopedie. Wikipedia is arm aan regels, maar hanteert toch enkele basisprincipes, waarvan de belangrijkste is dat het geen teksten aanvaardt die auteursrechten schenden.

Wikipedia kan als vrijwilligersorganisatie de kosten en risico’s van een copyvio (copyright violation) niet hebben. Daarom moet ieder plaatje voorzien zijn van een eindgebruikerslicentie, zoals een Creative Commons licentie of een verklaring waardoor duidelijk is dat er geen auteursrecht meer op het plaatje rust.

Wiedus, zou je zeggen. En dat is toch iets waar bibliotheken, musea en archieven wel voor zullen zorgen? Maar dat ligt niet zo eenvoudig. Voor de opkomst van internet hadden deze erfgoedinstellingen niet veel met het auteursrecht te maken. Er is dus niet zoveel expertise over metadata voor eindgebruikersrechten. En het is van veel oude boeken en archiefmateriaal ook niet duidelijk wie de rechthebbende is. Bij projecten voor massadigitalisering wordt dit probleem van de verweesde werken als het grootste struikelblok gezien. Maar er is meer aan de hand.

Sommige musea hanteren een reproductierecht, waarbij ze buiten het auteursrecht om een vergoeding voor een reproductie vragen. En daardoor hebben die instellingen een denkkader, waarbij ze gewend zijn toestemming te geven voor verdere verspreiding tegen een vorm van compensatie. Daarbij komt de druk van de overheid om als ‘cultureel ondernemer’ inkomsten te genereren. Maar, zoals Annemarie Beunen al benadrukte bij haar proefschrift, er zitten juridische grenzen aan het cultureel ondernemersschap van erfgoedinstellingen. Het past niet bij de publieke taak van musea om de collectie zeer commercieel uit te baten.

Dan denk je, laat een museum een foto beschikbaar zou maken met een Creative Commons licenties, waarbij vooraf toestemming wordt gegeven voor niet-commercieel hergebruik. Maar dat accepteert Wikipedia weer niet. Bij Wikimedia Commons, waar vrijwilligers zorgen voor rechtenmetadata op illustraties voor Wikipedia, is rechtenvrij zo gedefinieerd dat het ook commercieel hergebruik vrij laat. Daar zijn goede redenen voor.5 Ook voor Wikipedia gaat de zon niet voor niets op. Ze willen kunnen samenwerken, zoals met de Duitse uitgever, Bertelsmann, om kwaliteitsverbetering en de goedkope verspreiding van de encyclopedie ook op papier of dvd mogelijk te maken. En dan moeten alle betrokkenen het belang zien van een investering aan de verdere verspreiding van content, die al vrij beschikbaar is op internet. Dat is geen sinecure. Maar de creativiteit, die nodig is om dat soort plannen uit te denken, zal een open Europese kennissamenleving verder helpen. Hier liggen gouden kansen voor samenwerking in Europeana.

 

1 Olga van Ditzhuijzen, Europese digitale databank Europeana.eu ontsluit collecties musea en bibliotheken, NCR Handelsblad 26 augustus 2008.

2 Zie: E. Möller, The Case for Free Use: Reasons Not to Use a Creative Commons -NC License, first published in Open Source Jahrbuch 2006, recent version available at: <http://freedomdefined.org/Licenses/NC>

zaterdag
22/03
by Esther Hoorn
9:03 pm

Het recht om te kiezen

 

 

Kort geleden vertelde ik een eerstejaars rechtenstudent over mijn experiment met een wiki in het rechtenonderwijs. “En Groklaw”, antwoordde hij, “ken je dat? Het is zeker de belangrijkste weblog voor Free and Open Source Software op Internet.” Ik kende het, maar ik was de laatste jaren zo geconcentreerd geraakt op Open Access en auteursrecht, dat ik de samenhang met Open Source uit het oog had verloren. Goed om even een opfriscursus te krijgen van iemand van de Net-generatie, die het belang van interoperabiliteit met de Brinta naar binnen had gekregen.

 

De Free Software Foundation bekroonde recent Groklaw voor het maatschappelijk belang van de site. Pamela Jones, de vrouw achter Groklaw, is een praktisch ingestelde para-legal. De blog is geen discussie-forum, maar een werkplaats. Fear, Uncertainty and Doubt (FUD) verspreid als marketing strategie over open source software, wordt door allerlei mensen met verschillende achtergrond en drive met juridische en feitelijke argumenten weerlegd. Toen ik de site bekeek, had Neelie Kroes net een boete opgelegd aan Microsoft, omdat het bedrijf ondanks mooie woorden feitelijk misbruik blijft maken van haar monopolie. “De Europese burger heeft als consument een recht om te kiezen”, sprak Neelie. En dat vond Pamela de mooiste passage.

 

Er zijn verbindingen tussen de Open Source en Open Content beweging. Een link zit in die mogelijkheid om een andere keuze te maken. Als je als content maakt en je wil anderen het recht geven om die content op een nieuwe manier te gebruiken, dan kan je de keuze maken om op een andere manier met je auteursrecht om te gaan. De gestandaardiseerde Creative Commons licenties zijn daarvoor bedoeld. Erfgoedinstellingen hebben als taak om ons gemeenschappelijk erfgoed toegankelijk te maken en willen lokaal hergebruik stimuleren. Zij zouden bij digitaliseringsprojecten in een rol van Digitaal Curator de keus om anders om te gaan met het auteursrecht moeten stimuleren. Kansen en risico’s voor lokale initiatieven met Open Source software en Open Content, kunnen met de Groklaw-strategie in kaart gebracht worden.

dinsdag
22/01
by Esther Hoorn
5:01 pm

Begonnen met bloggen

Begin januari werd ik gevraagd voor een gastblog op Digital Directions van UKCLE. Zo begon ik met bloggen. Ik heb daar een soort review gedaan van het boek Transforming Legal Education van Paul Maharg. Ik heb me daarbij afgevraagd welke rol de bibliotheek zou hebben voor studenten in een tijdperk, waarin informatie op internet door iedereen zelf gemaakt kan worden.

Het schrijven van de blog zorgde voor een creatieve explosie. Wel vroeg ik me al snel af wie mijn lezers waren.  Mijn eigen blog wil ik rustig aan opbouwen.

Het lijkt me handig om hier de shared items van Google reader, delicious en flickr zichtbaar te maken. Ik wil links bij elkaar zetten, waar ik in presentaties naar kan verwijzen. Ik ben bezig met de voorbereiding van een workshop over Creative Commons licenties voor erfgoedinstellingen. Over anders omgaan met het auteursrecht, juridische mash-ups en wikis zal je op deze blog in de toekomst meer kunnen vinden.

Verwacht op deze blog geen juridische advies. Ik geloof dat uitwisseling van verschillende standpunten van belang is om tot zinnige uitspraken over het recht te komen. Social software biedt hiervoor mogelijkheden. Hier wil ik voornamelijk mijn kennis delen en leren over de vindbaarheid, de kenbaarheid en de toegang tot het recht op internet.